Bij het verbranden van hout in een haard of kachel gaat het vooral om een goede en totale verbranding van de brandstof te verkrijgen. Schoon en `door en door` droog hout is een eerste vereiste. Zorg tevens voor voldoende luchttoevoer om het vuur goed aan te krijgen. Vochtig hout genereert veel lagere temperaturen dan droog hout en dat heeft een verbrandingsproces tot gevolg, waarbij andere bestanddelen dan gassen (soms verontreinigingen zoals roet en teer) door de schoorsteen verdwijnen. Dit vanwege de onvolledige verbranding.
Gebruik alleen natuurlijke materialen om het vuur aan te maken, zoals aanmaakhoutjes, berkenschors of natuurlijke aanmaakblokjes. Maak het vuur aan met aanmaakhout, aanmaakblokjes en een kleinere blokjes haardhout, als het vuur goed brandt kunnen er meer blokken haardhout bijgelegd worden. Het duurt 15 tot 30 minuten voor een houtkachel goed op temperatuur is. Een goed brandend vuur herkent u aan kleurloze of witte rook.
Stook niet bij mist of weinig wind, bij mist of windstil weer is het moeilijk voldoende trek in uw schoorsteen te krijgen. Dat is niet alleen slecht voor de verbranding, de rook en rooklucht blijven dan ook in en om uw huis hangen. Dat is slecht voor uw eigen gezondheid, slecht voor de gezondheid van uw buren en slecht voor het milieu. Zorg voor voldoende zuurstof in de ruimte waar de houtkachel staat. Houtkachels onttrekken zuurstof aan de ruimte. In goed geïsoleerde woningen moet men daarom rekening houden met de toevoer van zuurstof.
Laat het vuur rustig uitgaan, wacht tot alle houtskool is opgebrand voordat u de luchttoevoer volledig afsluit.